Hoe ga je om met een wereld die voortdurend iets te zeggen heeft? Dat is het uitgangspunt van de eerste voorstelling die theatermakers Lies Pauwels en Willemijn Zevenhuijzen samen maken en die in februari 2026 in hetpaleis in première ging. Om nog dieper in de thematiek van de voorstelling te duiken, gingen Lies en Willemijn in gesprek met de bekende kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens.

Peter: Ik ben benieuwd: waarom wilden jullie een jeugdpsychiater zien?
Willemijn: We staan aan het begin van het maakproces van Worldwide International Global Idiodrama, al hebben we al wel wat onderzoek achter de rug. Het leek ons interessant om te horen hoe een professional als jij tegenover het thema staat: hoe kunnen jongeren dealen met de buitenwereld waarin zoveel gebeurt?
Lies: We willen op zoek gaan naar antwoorden op die vraag. Kunnen ze dat doen door bijvoorbeeld simpelweg stil te zijn en als een idioot te dansen?
Peter: Ik ben geïntrigeerd door het woord ‘idioot’. Het zit ook in jullie titel. Waarom die term? Het voelt alsof ik meteen in het ‘gekke kastje’ wordt getrokken.
Lies: Wij zien idiotie als een poging om ergens aan te ontsnappen. We hebben allemaal onze eigenheid en als we die volledig volgen, kan dat idioot overkomen. Tegelijk is het misschien wel dé manier om je staande te houden in deze wereld. Trouwens, bij de oude Grieken betekende ‘een idioot’ gewoon een eenvoudig persoon. Het had nog geen negatieve bijklank.
Peter: Raar bevonden worden is een grote angst bij jongeren. Van volwassenen krijgen ze vaak te horen: doe maar gewoon, doe niet gek. Dat is hetzelfde als zeggen: doe toch eens volwassen. Terwijl dat net niet de opdracht is voor een jongere.
Willemijn: In mijn ogen gaat het over: doe maar wat je denkt dat je moet doen. En niet wat de wereld daarbuiten wil dat je doet.
"Raar bevonden worden is een grote angst bij jongeren. Van volwassenen krijgen ze vaak te horen: doe maar gewoon, doe niet gek. Dat is hetzelfde als zeggen: doe toch eens volwassen. Terwijl dat net niet de opdracht is voor een jongere."
Peter: Doen wat je voelt en op die manier het ongewone laten gebeuren kan inderdaad een bron van inspiratie zijn.
Willemijn: Dat vind ik mooi: het ongewone laten gebeuren. Hoe doe je dat?
Peter: Als volwassene kan je dat doen door jongeren gerust te stellen en transparant te zijn over je eigen leven. Sommige ouders zijn bang om hun eigen moeilijk schoolparcours of hun struggles in het leven te delen, uit angst hun kind te besmetten. Terwijl je net een hoopvolle boodschap meegeeft: je hebt eruit geleerd en het is goed gekomen.
Willemijn: Mijn moeder heeft pas onlangs toegegeven dat ze vroeger veel ondersteuning nodig had op school. Dat had ik wel eerder willen weten. Want ik heb me ook door school heen moeten worstelen. Nochtans is zij heel open van karakter. Ze vond het blijkbaar te gênant om toe te geven.
Peter: Als je open bent, ziet de jongere: het leven gaat niet in een rechte lijn, je kan er ook geraken door allerlei zijstraatjes in te slaan en omwegen te nemen.
Lies: Is het niet moeilijk voor een jongere om die reflectie te maken?
Peter: Klopt. Daarom dat je jongeren kan geruststellen door te tonen hoe je zelf leeft en hen over de complexheid van dat leven te vertellen. Hoe moeilijk iets soms ook gaat, de tijd doet zijn werk wel, tijd is altijd het belangrijkste medicijn.
Lies: Tijd is ook iets dat we altijd tekort komen, ook in het maken van deze voorstelling (glimlacht). In onze maatschappij moet alles altijd efficiënt verlopen. Dat gegeven willen we ook aanraken in onze voorstelling: hoeveel marge heb je om te botsen met de maatschappij? Hoe kan je je recht opeisen om je idioot te gedragen?
Peter: Wat ik wel merk is dat deze generatie jongeren niet meer bang is van volwassenen. Dat is echt nieuw. Vroeger werden we opgevoed om op tijd te weten wanneer we onze mond moesten houden tegenover een autoriteit als een leerkracht, een agent, een arts… Vandaag krijgen jongeren veel meer ruimte om hun mening te ventileren. Een ander verschil met vroeger is dat jongeren flexibeler omgaan met hun leven. Ze verlaten het klassieke pad van studeren, diploma halen en een ‘goede’ job vinden. Ze nemen een studentenjob, reizen daarna een tijdje, studeren dan iets, gaan aan de slag in hun eerste job, studeren dan weer iets anders, starten een bijberoep op… Instabiliteit, waar volwassenen erg nerveus van worden, is hun vaardigheid.

Willemijn: Ik ga er even een pen bijnemen, want dit is zo interessant (glimlacht).
Lies: Voor mij ook één, alsjeblieft! Naast die instabiliteit is er toch ook blinde passie. Hoe sta je daar tegenover: all the way voor iets gaan, zonder te relativeren?
Peter: Als het een veilige passie is: gaan! Maar je moet weten tot ons brein zich tot ons 25ste levensjaar aan een enorme snelheid ontwikkelt. Ook ons empathisch vermogen is nog in volle vorming. Dus je moet in die blinde passie genoeg aandacht hebben voor de ander. Wat ik problematischer vind, is dat jongeren vandaag omringd worden door pessimistische levensvisies. Ze krijgen te horen van volwassenen: “ik hoop dat je het later nog goed zal hebben” of “ik hoop dat er later nog een pensioen zal zijn voor jou”. Dat komt hard binnen in het brein van een puber. We moeten met zijn allen optimistischer zijn.
Willemijn: Je zei net dat jongeren enorm flexibel zijn. Wil dat ook zeggen dat hun brein gemakkelijker omgaat met alle veranderingen in deze wereld?
Peter: Klopt, we zien dat hun hersenen aan een ongelooflijke snelheid verbindingen blijven maken. Daarom dat we hen als volwassenen moeten blijven tonen hoe complex het leven is. Zo bereiden we onze jongeren voor op hun latere leven. Dat is zo mooi aan jullie job: jullie kunnen op scène een andere realiteit tonen, een complexe werkelijkheid die ook veilig en speels is en uitnodigt om erover na te denken.
Willemijn: Wij proberen ook altijd ruimte te laten voor uitwisseling tussen spelers en publiek.
Lies: Het mooie aan theater is dat het aandacht vraagt. Ik merk vaak dat jongeren zich aangesproken voelen door materiaal in mijn voorstellingen dat niet per se voor hen geschreven is. Het allermooiste is wanneer iets resoneert bij jongeren én volwassenen. Dan ontstaat er een boeiende uitwisseling.
Peter: Als een jong publiek aandachtig is, samen lacht, samen huivert, dan gebeurt een synchronisatie tussen al die verschillende hersenen in de zaal. Zeker als je emotioneel geladen materiaal brengt.
Lies: Ik formuleer geen antwoorden, maar blijf graag bij de vragen, zodat mogelijke antwoorden kunnen rondzweven in de hoofden van het publiek. Daarom hou ik meer van nabesprekingen dan inleidingen.
Peter: Ja, want bij een inleiding ben je al ideeën aan het installeren in het hoofd van de jongeren. Willemijn: Bij een nabespreking komen we zelf te weten wat de voorstelling betekend heeft voor het publiek. Op die manier komen er betekenissen bij. Ik vraag nog me af: is je brein ooit volgroeid? Peter: Nee, en dat is maar goed ook. We blijven ons hele leven bijleren en nieuwe ervaringen opdoen. Alleen ligt de snelheid waarmee je nieuwe verbindingen maakt veel lager als volwassene. Daarom kan een kind dat uit Oekraïne komt in enkele maanden tijd Nederlands leren. Terwijl als ik nu Chinees wil leren… dan ben ik daar jarenlang intensief mee bezig.

Lies: Kan je dat flexibel puberbrein ook deterministisch bekijken? Als je door pech of een moeilijke jeugd slechte verbindingen hebt gelegd, is het dan naar de vaantjes?
Peter: Ook hier geldt: tijd is het belangrijkste medicijn. Gelukkig blijft je brein nieuwe bedrading maken. Zo zien we een groeiende groep dertigers en veertigers een oude droom oppikken. Of zien we mensen die jeugdtrauma hebben meegemaakt, later in hun leven alsnog een gezonde liefdesrelatie hebben. Dat is een verhaal van hoop. Het is niet erg als je ooit een foute studiekeuze hebt gemaakt, in ons deel van de wereld kan je die draad weer oppikken.
Willemijn: Stel: een jongere vertoont problematisch gedrag. Dat is toch ook een vorm van communicatie?
Peter: Het is een taal, inderdaad. En je hebt tijd nodig om die goed te begrijpen. Ik zie veel tieners de woede dragen die hun ouders nooit hebben durven uiten. Vluchtelingen, gezinnen die in armoede leven: woede kan zich intergenerationeel opbouwen. We moeten met die jongeren durven praten. En liefst in hun taal. Onlangs vroeg ik aan een jongere tijdens een gesprek dat niet vlotte: wat doe jij graag? Ze antwoordde: dansen op mijn kamer. Ik nodigde haar uit dat te filmen en het me te tonen. Ik heb geantwoord door ook te bewegen. Dat was een opening, ik deed een inspanning om de taal van de jongere te spreken. Muziek is ook een taal waar een jongerenbrein erg gevoelig voor is. Speelt muziek een rol in jullie voorstelling?
Willemijn: Zeker. We werken met Hantrax, een componist en performer. Hij zal live spelen tijdens de voorstelling. En hij is ook betrokken bij het maakproces, omdat hij persoonlijk ook erg bezig is met de thematiek van identiteit.
Lies: Een andere invloed is de film Man on the Moon. Daarin speelt Jim Carrey de entertainer Andy Kaufman, iemand die al eens over grenzen durft gaan. Blijkbaar bleef Jim Carrey ook tijdens opnames zich compleet misdragen. Dat soort gedrag, daar zijn we naar op zoek. Hoe speels kan je je middelvinger opsteken?
Peter: De uitdrukking ‘prettig gestoord’ komt nu in me op. Lies: Ja, maar ook prettig melancholisch, prettig verdrietig, prettig pessimistisch. We willen kijken naar alle emoties. Peter: Hoe willen jullie dat jongeren na de voorstelling naar buiten stappen?
Willemijn: Met een positief gevoel over hun eigen rariteiten? En dat ze weten dat ze het leven mogen vieren.
Lies: Ik laat graag open wat mensen ervan moeten vinden. Willemijn en ik geven ons onderzoek vorm in een theatervoorstelling die hopelijk kan resoneren bij het publiek. Uitwisseling, daar gaat het om.
Peter: Laten we dat alle jongeren toewensen: dat ze van alle kanten geprikkeld worden. Zodat ze de ruimte voelen om hun eigen ding