Wat als kerstbomen in opstand komen?

Ieder jaar sneuvelen er ontelbare sparren en dennen om als kerstboom in woonkamers te eindigen. Maar wat als ze daar genoeg van krijgen? Wat als de bomen besluiten dat het tijd is voor een revolutie? Met Oh oh oh dennenboom lieten theatermakers Kim Karssen en Hendrik Kegels hun verbeelding los op de grote zaal van hetpaleis. Na eerdere voorstellingen als KIER en NIETES doken ze deze keer in de leefwereld van dennenbomen die zich verzetten tegen hun lot als feestdecoratie. Voor deze productie spraken ze met Bert Van Tichelen, boomverzorger en zaakvoerder van Treebird Boomverzorging, filosoof en man van vele levens (misschien ken je hem wel van De Mol, editie 2022).

beeld: Diego Franssens

Het trio ontmoet elkaar op de scène tussen de bomen die straks deel uitmaken van het decor. Alledrie moeten ze even op adem komen: Bert van een rit met zijn motor op de Antwerpse Ring, Hendrik en Kim van een repetitiedag met acteurs: Frank Focketyn, Adina Macpherson, Thomas Dudkiewicz en Annelotte van Aarst. Maar nog voor ze goed en wel zitten, bloeit het gesprek al open. 

Hendrik: Dag Bert, heb jij als boomverzorger een lievelingsboom? 

Bert: Daar moet ik niet lang over nadenken: de rode beuk. Een imposante boom met gladde stam en roodbruine blaadjes. Als kind was ik vaak bij mijn grootouders, die als conciërges op bijzondere plekken woonden, zoals een kasteel met een groot bos errond. Daar rondlopen als klein mannetje, dat zijn mijn mooiste herinneringen. Toen ik later in mijn leven even niet meer wist wat te doen, vroeg ik me af: wanneer was ik eigenlijk het gelukkigst? Het antwoord kwam snel: daar, in dat bos, tussen die beuken. Zo ben ik boomverzorger geworden. 

Hendrik: Prachtig! Onze voorstelling gaat over een dennenbos dat wordt omgehakt om als kerstbomen te fungeren. Gaandeweg beseffen de bomen wat er echt aan de hand is en komen ze in opstand. Je zou het een soort emancipatie van het dennenbos kunnen noemen, een rock-’n’- roll dennenrevolutie. Jij werkt elke dag met bomen. Hoe ervaar jij als boomverzorger die spanning tussen liefde voor de natuur en het menselijk ingrijpen?

Bert: Ik ben heel idealistisch ingesteld en heb veel liefde voor het bos, maar soms móét je een boom kappen: omdat hij ziek is of gevaar oplevert. Toch zie ik mezelf eerder als iemand die voor bomen werkt. Zij zijn mijn klanten. Ik kijk wat voor hén het beste is. Soms is weghalen de oplossing, maar vaak ook niet. Dan snoei ik takken of plaats ik stormverankering.

Kim: Eigenlijk is dat ook gewoon de vraag: hoe kunnen mensen en bomen ruimte geven aan elkaar? In onze voorstelling gaan we daar ook echt naar op zoek: vinden ze op het einde een manier om samen te leven?

Bert: Inderdaad, soms snoei ik een boom langs één kant zodat mensen nog met hun gezicht in de zon kunnen zitten, en kan de boom aan de andere kant vrij blijven groeien. Maar ik durf ook eerlijk te zijn. Als mensen klagen over blaadjes in hun zwembad, zeg ik: zonder bomen zou je niet eens kunnen zwemmen, dan drijf je eerder dood in het water (uitbundig gelach). 

Kim: Is dat ook niet gewoon wat samenleven betekent? Een beetje geven en een beetje nemen.

Hendrik: En toch lijkt dat moeilijk. Kijk naar die recente bomenkap in Deurne-Zuid, die gewoon doorging ondanks hevig buurtprotest. Bomen kunnen zich niet verdedigen tegen de mens. Ik zou willen dat bomenkappers hen konden horen huilen of roepen als ze met hun kettingzagen voor zo’n prachtige boom staan. Onderling kunnen bomen wel met elkaar communiceren, toch? 

Bert: Zeker. Suzanne Simard, een Canadese onderzoeker, heeft aangetoond dat bomen via schimmels onder de grond met elkaar verbonden zijn. Ze delen water, voedingsstoffen en zelfs informatie. Een bos is geen verzameling van individuen, maar één groot levend organisme. Haal je de moederbomen weg, dan verzwakt het hele systeem. 

Kim: Zo boeiend. In onze voorstelling hebben de bomen ook elk een eigen karakter. Denk jij dat bomen gevoelens hebben? 

Bert: Absoluut. Ik klim vaak in bomen en soms voel ik me niet welkom. Dan krijg ik takken in mijn gezicht of glijd ik uit. Het is alsof ze zeggen: laat me met rust. Andere bomen zijn net open, gastvrij en verwelkomen me met open takken (glimlacht). Waar ik benieuwd naar ben: wat was voor jullie het startpunt voor deze voorstelling?

beeld: Diego Franssens

Kim: Ik zag eens een eenzame, uitgedroogde kerstboom die na de kerst was teruggezet op een mistroostig veld in Amsterdam-Noord, maar daar niet overleefde. Ik dacht: wat zielig. Ach, dennenboom. Vandaar ook de meelevende, tedere titel: Oh oh oh dennenboom. 

Hendrik: Met mijn gezelschap Plankton maak ik veel werk over de natuur, dus toen Kim me dit vertelde dacht ik meteen: hier kunnen we iets mee! Stel je voor: je bent een dennenboom en de kerstperiode nadert, je kan enkel wachten op je einde. Wat denk je dan? Wat voel je? 

Kim: Denk jij soms bij klanten: deze boom past hier eigenlijk niet? 

Bert: Eerlijk? Soms denk ik: deze tuin past niet bij deze boom. Of: deze mensen passen niet bij deze boom. Kon ik je maar oppakken en in mijn eigen tuin zetten, zeg ik dan. Weet je, je hoeft niet alles te wéten over bomen. Je moet ze gewoon zien. Aandacht geven, zoals je dat ook bij mensen doet. Dat is niet altijd gemakkelijk, want bomen lijken in een andere tijdzone te leven. Als ik bij een zieke boom kom, vraag ik: wat is hier vijf jaar geleden gebeurd? Voor bomen zijn wij, mensen, bliksemsnel. (Kim & Hendrik kijken elkaar aan, er begint een idee te borrelen.) 

Kim: Fantastisch, zo mooi!

Hendrik: Ik krijg zoveel ideeën plots. (tegen Kim): We moeten de bomen tegen elkaar laten zeggen: die mensen zijn zo snel! We kunnen ze niet volgen! 

Kim: Lap, terug naar de schrijftafel! (Ze schieten alledrie in de lach.) 

Kim: Dat doet me ergens ook denken aan onze personages, de ‘zagers’ in plaats van ‘de jagers’. Dit zijn twee personages die in het bos komen kappen. Een van hen wordt bang wanneer hij ontdekt dat bomen kunnen communiceren. De andere wordt er net nieuwsgierig door en zoekt contact.

Bert: Prachtig idee. Het helpt zeker om nieuwsgierig te blijven en mee te vertragen. Wat betekent het eigenlijk voor jullie om dit te maken voor een jong publiek? Wat willen jullie dat ze meenemen? 

Hendrik: We spelen heel graag voor kinderen. In dat opzicht is hetpaleis natuurlijk een geweldige partner. Ons werk is fantasierijk en soms absurdistisch en dat past hier perfect. Het zou fantastisch zijn mochten kinderen geïnspireerd naar buiten stappen. Dat ze zin hebben om het bos in te trekken en dat bos te zien als een samenleving waar je veel van kan leren. 

Kim: En dat ze hun ouders meesleuren! En hen zeggen: kijk, deze boom ziet er wat prikkelbaar uit, en deze is wat stug, maar deze is net heel aaibaar. In mijn ervaring hebben kinderen een groot rechtvaardigheidsgevoel. Misschien kunnen ze dat zelfs delen met volwassenen. Want waarom zouden we een boom pijn doen om hem als kerstboom te gebruiken? Laten we kappen met dat kappen. 

Bert: (lacht) Een bos is zoveel tegelijk: een plek om in te verdwalen, om stilte te vinden, om te spelen of te schuilen. Wist je dat patiënten in ziekenhuizen sneller herstellen als ze uitzicht hebben op bomen? En dat mensen gelukkiger worden als ze elke dag vijf minuten in het groen zijn? Over geluk en lachen gesproken, zit er ook humor in de voorstelling?

Kim en Hendrik (in koor): Oh ja! 

Kim: Humor is altijd ons vertrekpunt. Lachen opent je hart en maakt zo ruimte voor andere emoties: verdriet, woede of verwondering. 

Hendrik: En er is muziek, gecomponeerd door Steven Ivo en Merel Pauw. De drie muzikanten, Erik Bogaerts, Nabou Claerhout, Robin Aerts, spelen live op scène, tussen de bomen. Elke boom zingt zijn eigen lied en kan zo de gevoelens kwijt die hij moeilijk met andere bomen kan delen.

Kim: Zullen we tot slot nog iets over de acteurs vertellen? We hebben gezocht naar acteurs die echt zin hadden om te spelen, om de energie van de bomen te belichamen. En we hebben ze gevonden. 

Bert: Ik weet genoeg, ik kom kijken! En dank je voor dit gesprek, het was amusant. 

Hendrik: Je hebt ons wel in een lastig parket gebracht, hoor Bert. Nu moeten we onze tekst herschrijven met al die inzichten die je ons gaf (lacht). 

Kim: Ja, erg vervelend! (lacht). Nee, serieus: dank je voor al die wijsheid.