Deze zomer gaf ik twee weken les aan de Zomerschool in Antwerpen, een initiatief dat kinderen met migratieachtergrond gedurende de zomer Nederlandse les aanbiedt. Tijdens mijn weken daar werd ik vaak ontroerd door de kinderen hun nieuwsgierigheid en dankbaarheid. Zij zijn de inspiratie voor het fictief personage Omar, dat mij tijdens het lesgeven gadeslaat, en zijn eigen bedenkingen heeft. 

1.verliefd

ik heb nog nooit een juf gehad die blond is en een juf die bijna de hele tijd lacht maar deze zomer had ik er zo eentje
zij heet Mona en ik heet Omar en dat is maar één letter verschil
daarom vind ik het niet zo erg dat ik de hele zomer naar school moestik heb eens goed opgelet deze zomer, en moet je horen, alle blonden mensen die ik heb gezien, spraken een taal die ik niet snapte
 

ik vraag me af of ze daarmee geboren zijn, en als dat zo is,
dan hoop ik heel erg dat ik geen blonde kinderen krijg
stel je voor dat ik mijn eigen kinderen niet versta
 

de juf houdt van de gevoelens. ze leerde ons er de hele tijd over in haar taal
ze leerde ons bang boos en blij en droef
ik heb niet de indruk dat zij ooit iets is buiten blij, dus ik vraag mij af: hoe kan zij weten wat die andere dingen zijn? maar ik kon het niet zeggen.
ik denk dat de juf iemand is die nooit heel veel pijn heeft gehad
mensen die lachen kunnen ook pijn hebben, tuurlijk
ik bijvoorbeeld, terwijl ik ook veel ben geweest dat niet blij was
ik weet niet of dat dan per se boos of droef was, maar ik ben wel veel geweest dat niet alleen blij was, dat weet ik wel
het duurde lang voor iedereen de gevoelens kon.
er zijn er die maar heel traag mee zijn met alles, en dat zul je overal wel hebben,
aan welke kant van de oceaan je ook zit.
maar toen dus, gingen we over op moeilijkere dingen.
de juf stond op, en beeldde iets uit, omdat ze denk ik geen tekening had voor het woord ‘verliefd’

ik vroeg me af: hoe kan je nou voor een klas van 25 kinderen staan en doen alsof je verliefd bent zonder dat je het echt bent?
 

Yassir durfde het te vragen.
hij zit helemaal links vooraan in de klas, zijn lievelingsdier is een dromedaris omdat die in de encyclopedie bij syrië staat.
‘juhuf, heb jij een lief’
en toen heb ik iets gezien dat ik nog nooit zag bij de juf: zij begon te blozen, dus ik denk dat dat een ja was
zonder woorden, iedereen had het verstaan, in eender welke taal: verliefd
ik vind het best gek, alles waar ik ooit van dacht: ‘hier ben ik verliefd op’, is er nu niet meer
en ik weet niet of dat erg is, want papa zegt: verliefd is niet het juiste woord
ik vraag: welk woord dan wel?
hij zegt: waarheid
en daar snap ik helemaal niks van
dat denk ik allemaal als ik kijk naar de juf die daar zit te blozen, omdat ze misschien voor het eerst achter de waarheid is


2. waarin geloof ik

een keertje kwam de juf bij mijn bank staan.
het ging weet ik niet meer waar precies over, en zij zei mij: Omar, waarin geloof jij?
dat vroeg ze echt op zo’n belachelijke serieuze toon
dat doet ze omdat ze 19 is en ze al tien jaar meer dingen heeft moeten vragen dan ik
toch is het raar
en ik denk: waarin geloof ik
en ik zeg: ik weet het niet, in haar taal
en zij kijkt met een glimlach ofzo
alsof ze blij is dat ik niet weet waarin ik geloof
dat is toch raar
als je iemand dingen wil bijbrengen en dan glimlacht dat ie iets niet weet, dat vind ik zo raar
 

een week later wist ik het plots wel. ik wilde roepen: “ik weet het nuuuu, ik weet het nuuuuu!”
maar het was te laat, want zij was boos omdat de jongens en ik in de les met paninistickers speelden
 

ik heb een sticker met een russische speler die mij aankijkt alsof ie zegt: ik schiet die bal in de goal voor jou, joh
daar hou ik van, ook al is ie russisch en is zijn naam in een alfabet dat ik niet ken
de juf kwam naar mohammed en mij.
ze sloeg haar hand tussen onze lijven in en zei: hier met die stickers
toen wilde ik haar zeggen dat mijn kleine god een russische naam heeft en kijkt alsof ie zegt: ik schiet die bal in de goal voor jou, joh
maar dat kon ik niet zeggen
zij had de stickers al in haar handen, en zei: na de les
maar hoe kan je nu stoppen met geloven tot na de les?

3. rabia, heel mooi
in de eerste dagen moesten we tekenen wie we zijn
en ik vroeg: juf, wie bent u? wie bént u?
en zij zei: dat weet je toch, ik ben mona
maar als het antwoord op de vraag, ‘wie bent u’, gewoon je naam is, dan kunnen wij toch ook gewoon op dat witte blad allemaal onze naam schrijven?
maar dat kreeg ik niet gezegd, dus ik stond haar dan maar aan te kijken
ik knikte van nee, en zij knikte van jawel
als zij nu gewoon had gezegd ‘ik weet het niet’, dan had ik gelachen, maar dat deed ze niet
naast mij zat rabia. zij tekende zichzelf.
zij wist wie ze was.
ik zag dat ze zichzelf hele dikke lippen tekende. die kleurde ze ook nog eens rood!
zo dik dat ik dacht: ‘rabia, jij bent ook maar negen, doe eens niet alsof jij een grote ster bent of een van die vrouwen op tv’
dan nam ze een kleurtje, van in het stabilopakket.
dat was een kleur zoals de juf eruit ziet
nou ja, rabia en ik, wij zijn gewoon donker
 

zij begon zichzelf met dat kleurtje zoals de juf eruit ziet in te kleuren, dus ik dacht: ‘oh zij tekent gewoon de juf’
maar toen kwam de juf naar haar toe en vroeg ‘rabia ben jij dat’, en rabia kijkt de juf aan en ze lacht heel hard. met haar dunne dunne meisjeslippen en haar donkere huid kijkt ze naar de juf en ze zegt ‘ja’
en weet je wat de juf doet?
die krijgt natte ogen ofzo en die kijkt rabia heel lang aan en die zegt ‘rabia, heel mooi’
en daar snap ik nou helemaal niks van
dat ze niet zei: ‘rabia, dit ben jij niet’, maar dat ze zei: ‘rabia heel mooi’
dus daarom heb ik daarna gewoon een voetbal getekend, omdat als het toch niet uitmaakt of jij bruin bent en je tekent jezelf helemaal wit, nou, dan kan ik ook evengoed een voetbal tekenen als antwoord op de vraag ‘wie ben ik’
dat heb ik dan maar gedaan, en de juf is niks komen zeggen.
 

(Mona, A1000-ambassadeur)