Tstad. MIJN stad.
Geboren en getogen opt stadsplein, Linkeroever mijnen achtertuin, de onze lieve vrouwe kathedraal mijn trots. Tstad zit in mij en ge krijgt da er nie zomaar uit en ik zal u is vertelle hoe dat da komt.
’s Ochtends word kik altijd wakker met het vrolijke geluid van fluitende bouwvakkers en het lawaai da ze maken me da ze heelt stad vol bouwen me hun schone gebouwkes en nief fietspaden aanleggen. Tegen dat ik aangekleed ben en sochtends buitenkom, komt de frisse lucht mij tegmoet. Lucht gevuld met de geur van verse pistolets van de lokale bakker gemengd met de scherpe geur van benzine en als ik diep genoeg inadem krijg ik een verse lading CO2 en fijn stof binnen.

Ik neem iedere ochtend den tram, want in Antwerpen zen we daar best trots op. Van borgerhout tot Melsele kunnen we zeggen ‘Alle trams rijden naar Antwerpen’ en als de trams weer is nie rijden, dan ligt het probleem ook meestal hier, wa ook deels voor onze berucht,ik bedoel beroemdheid zorgt. Draden kapot, trams ontspoord, of bussen die nie doorkomen da kan gebeuren, maar das niks dan pak ik mijne fiets.

Wind door de haren, gezellig met fuftig in de lift van de voetgangerstunnel, nageflote worre door die zelfde bouwvakkers die mij wakker timmerde, oude menskes die lieve dingen over de jeugd van tegenwoordig naar u roepen alsge hun karreke voorbij steekt en het getoeter van eindeloze rijen mensen die super gelukkig naar hun werk rijden en u zien als een bowlingkegel.
Zig zaggend door de bussen en camions die u voorbij steken zoda ge in hunne dooien hoek terecht komt. Af en toe is afstappen of op voetpaden rijden, om toch maar nie in de goot te belanden. En alst regent , dan hebde pech, want vanin een auto ist blijkbaar best grappig om door de plassen te rijden. Maar alst stevig giet hebde geluk, want ge moet nie meer douchen ’s avonds.En als ik mijne zjatje koffe nie vergeet, is da mijnen standaard maandagmorgend int stad.

Als ik dan opt juste moment over de Meir rijd, wor kik daar best gelukkig van. Mensen doen wa ze willen, dragen wat ze willen en er zijn er altijd wel een paar die willen stoefen me wa ze kunnen. In Antwerpen loopt iedereen me veel Zjaar rond en de groepkes dreiries zien der altijd verdacht veel uit als bendevorming. Maar, de daklozen zijn spijtig genoeg ons vast meubilair geworden dat inblend in onze Antwerpse skyline.

Uitgaan is ook echt de max in Antwerpen. Overal clubs vol 15 jarige die teveel Wodka hebben gezopen en u willen binnen doen en voor ene keer hoef ik is nie te liegen over het feit dak op vrouwen val, want das ook nog is ne makkelijke afschrikker voor die venten van 40 die u drank willen aanbieden. Als ik goesting heb om echt los te gaan pak ik er een jointje of een lijntje bij, ge vind da toch gemakkelijk terug en de politie moetk nie bang van zijn want die hebben het gelukkig meestal toch nie gemund op witte meisjes van 18.

Toch is dees wel de stad waar ik mezelf ben geworden. Waar ik op zondag ochtend huiswerk maak in Jazzcafe de muze, men bokes opeet me mijn vriendinnen in de stadsfeestzaal. Waar ik door de kleine straatjes van de huidevetterstraat wandel en waar de voor mij altijd inspirerende plaatsen zijn zoals het MAS, de voetgangerstunnel en de kaaien . Daarom is dees ook absuluut de stad waar ik wil en zal blijven en ooit zelfs kinderen in wil kopen. Tis nog nie wa het moet zijn ma ik voel da wij de jongeren vant stad, en hopelijk ook jullie, daar iets aan willen doen. Das de reden waarom ik vind da WIJ, de nieuwe generatie, meer kansen dan ooit moeten grijpen om ons stad een schoon stad te maken.

Want IK ZIE Antwerpen als een schoon stad waar we allemaal samen kunnen leven als naasten en gelijken en waar we kunnen delen. Ons brood, onze herinneringen en ons probleme. Minder social media en gewoon weer het echte leven. Echt met ELKAAR leven, meemaken en daarbij ….ook nog is denken aan ons planeetje inde plaats van onzen economisch dolgedraaide mindset.

Want dees is Tstad. ONS STAD.

(Amy, A1000-ambassadeur)