Michai Geyzen: “Een enorm gebouw om alleen maar een lampje te laten branden”

Vuurtorenwacher René Vas en theatermaker Michai Geyzen praten over hun gedeelde passie op de enige denkbare plaats: in een vuurtoren. 

RENÉ VAS was 16 toen hij de vuurtoren van Hoek van Holland (1893) van de sloop redde met een indrukwekkend betoog op de plaatselijke gemeenteraad. Sindsdien is hij de trotse conservator van de vuurtoren die hij ombouwde tot een museum en die vandaag een rijksmonument is. Daarnaast is René kunstenaar en werkt hij voor een bedrijf dat navigatiehulpmiddelen maakt. Met zijn grijze haren, bakkebaarden en vintage mariniersjasje is het moeilijk om geen zeeman in hem te zien. 

Theatermaker en acteur MICHAI GEYZEN raakte in de ban van vuurtorens tijdens een rondreis door Noorwegen waar hij een volledige dag doorbracht onder Lindesnes Fyr, de vuurtoren van Lindesnes.

Dit seizoen maakt hij er, samen met o.a. Boris Van Severen en Robbert Vervloet, een voorstelling over.



Michai: Op het meest zuidwestelijke punt in Lindesnes, een echte uithoek van Noorwegen, heb ik een hele dag onder een vuurtoren gestaan. Ik vond het magisch, sacraal, bijna niet menselijk. 

René: Wij noemen dat het ‘versteend vertrouwen’. Het geeft een soort rust als er van die hele grote lichtstralen over je heen gaan. De vuurtoren waakt over je, lijkt te zeggen: ga nu maar slapen. Het is het vuurtorengevoel. Je kan het verder niet echt uitleggen. Maar jij herkent dat gevoel dus ook? 

"Het is het vuurtorengevoel."

Michai: Ja. Ik heb het gevoel dat ik er een voorstelling over moét maken. Ik ben ook erg bezig met wat een thuis is, thuiskomen, vertrekken… Er zit een interessante spanningsboog tussen het feit dat de wachters vanuit een vuurtoren mensen veilig thuis brengen en de vraag of de vuurtorenwachters zich er zelf wel thuis voelen. En wie zorgt ervoor dat zij thuis geraken? 

René: Je hebt wel een ouderwets beeld van vuurtorenwachters. Een oude man die met een kaars naar boven loopt, er de lampen wisselt, het koper poetst en een hele dag door een verrekijker naar de zee zit te staren, dat bestaat niet meer. Alles is tegenwoordig geautomatiseerd. De vuurtoren vormt enkel nog een back-up systeem. In Nederland zijn er nog slechts drie bemande vuurtorens. We noemen die mensen nog vuurtorenwachters maar eigenlijk heten ze vandaag zeeverkeerdienstmedewerkers en doen ze aan radarbewaking. Uitzonderlijk gebruiken ze nog een verrekijker, maar dat is eigenlijk achterhaald. 

Michai: In België zijn er nog vier vuurtorens in gebruik en de laatste werd in 1967 geautomatiseerd, als ik mij niet vergis. 

René: Ja, helaas zijn er ook bij jullie tijdens de eerste wereldoorlog prachtige vuurtorens kapotgeschoten en opgeblazen.  Er stonden heel mooie torens in België. Maar hoe ziet de voorstelling eruit? 

Michai: Mijn voorstelling gaat over een vuurtoren die niet op het land staat maar in zee. De vuurtoren is bemand door drie vuurtorenwachters die er de lamp brandend moeten houden. Op het moment dat er aflossing van de wacht zou moeten komen, komt die niet. De drie mannen zijn veroordeeld tot elkaar. Ze kunnen de vuurtoren niet verlaten. En ik vraag me dan af hoe lang je je taak als vuurtorenwachter volhoudt, als je vergeten bent door de buitenwereld… 

"De vuurtoren is bemand door drie vuurtorenwachters die er de lamp brandend moeten houden. De aflossing komt niet. De drie mannen zijn veroordeeld tot elkaar."

René: Drie vuurtorenwachters, dat heb je goed gezien. Ken je het verhaal van Smalls Lighthouse? Dat gaat over twee vuurtorenwachters waarvan er een kwam te overlijden. De andere was zo bang dat hij beschuldigd zou worden van moord, dat hij geen contact durfde te zoeken met het vasteland. Weken heeft hij met dat geheim en zijn dode makker geleefd. Vanaf dat moment heeft men beslist om altijd drie vuurtorenwachters de toren te laten bemannen.

Michai: Ik heb een Ierse podcast beluisterd van iemand die zelf vuurtorenwachter is geweest. Hij vertelde over drie mannen die verdwenen tijdens een storm. Zijn ze naar buiten gegaan en weggespoeld of in een soort delirium terechtgekomen? Dat intrigeert me, vuurtorenwachters die gek geworden zijn. In het boek Seashaken Houses ging het ook over de tegenstelling tussen het feit dat een vuurtoren als een rots boven water staat maar bij zware storm ook beweegt. Het is blijkbaar een heel absurd gevoel, wanneer je midden op de oceaan zit en de vuurtoren die je moet beschermen ettelijke centimeters begint te bewegen.  

"Dat intrigeert me, vuurtorenwachters die gek geworden zijn."

René: Soms zijn er ook golven die er tegenaan of zelfs overheen slaan. De Fransman Jean Guichard heeft daar heel mooie foto’s en boeken van gemaakt. In Nederland is er een bekend verhaal over het zuidpunt van het voormalige eiland Schokland waar vroeger een kerkje stond met een begraafplaats. Toen het kerkje gesloopt werd, hebben ze daar een vuurtoren neergezet. Bij zware storm sloegen de golven over de landtong heen en woelden ze de graven open waardoor er schedels naar boven kwamen. De vuurtorenwachter is helemaal gek geworden, hij dacht dat ze hem kwamen halen… 

Michai: Dat is eng. Weet je of er ook vrouwelijke vuurtorenwachters zijn geweest? 

René: In de vuurtorenwachterfunctie zoals jij die in je hoofd hebt niet. Wel zijn er tegenwoordig vrouwelijke zeeverkeerdienstmedewerkers. Op de Brandaris vuurtoren op Terschelling bijvoorbeeld zitten vrouwelijke collega’s. Maar vroeger was het een typisch mannenberoep.  Er werd ook lang gedacht dat vrouwen op een schip ongeluk brengen. Dat was de tijdsgeest. Vuurtorenwachters maakten vaak eerst carrière als zeevaarder en eenmaal ze dat beu waren, solliciteerden ze voor een baan als vuurtorenwachter. Vrouwen gingen niet naar de zeevaartschool, dat is pas veel later gekomen. Er waren wel vrouwelijke stormwaarschuwingsseingevers. Op honderden plekken langs de Nederlandse kust stonden stormwaarschuwingsmasten waarin de stormseinen gehesen werden. Dat waren stoffen seinen met hoepels erin. Wanneer je telefoon kreeg, moest het sein gehesen worden. 

Michai: Hoe verliep een gewone werkdag op een vuurtoren? Was er tussendoor tijd om een boek te lezen?

"Wat er ook gebeurde, het licht moest blijven branden. Er hingen mensenlevens vanaf."

René: Toen er nog vuur gebruikt werd, werd dat in Nederland een half uur voor zonsondergang aangestoken en een half uur na zonsopkomst ‘geblust’. Dat vuur moest een hele nacht bewaakt worden. Daar kwam later nog een taak bij: uitkijk houden op zee, checken of er geen ongelukken gebeurden. Die tweede taak werd alsmaar belangrijker. Een boek lezen zat er dus niet in.  Als je je plicht verzaakte, kon dat grote gevolgen hebben. Er is een verhaal van een vuurtorenwachter in IJmuiden die in slaap was gevallen waardoor de gaslampen, die hij met de hand moest oppompen, uitvielen. Het licht is anderhalve minuut uit geweest. Hij is meteen twee weken op inactief gezet en zijn loon werd ingehouden. Wat er ook gebeurde, het licht moest blijven branden. Er hingen mensenlevens vanaf. Er was geen radioverkeer of andere communicatie behalve dat vuurtorenlicht, daar navigeerden de schepen op. 

Michai: Zijn er verhalen over jouw vuurtoren? 

René: Er zijn vooral verhalen over scheepsrampen die men vanuit deze vuurtoren heeft meegemaakt. Het bekendste verhaal is dat van de Berlin, een veerboot die tussen Harwich en Hoek van Holland vaarde en tijdens een zware februaristorm in 1907 in de problemen kwam toen hij de pier ramde. Het schip is in twee gebroken en heeft zo’n 128 mensen de waterweg ingesleurd. Ik denk dat slechts een 15-tal mensen gered zijn. Vanaf de vuurtoren werd, met de beperkte middelen die er waren, de reddingsdienst gecoördineerd.  

Michai: Wat kon een vuurtorenwachter concreet doen wanneer een schip in de problemen kwam? 

René: Een schip in nood gaf vaak signalen met behulp van fakkels of vuurpijlen. Als de vuurtorenwachter dat zag, moest hij twee dingen doen: naar buiten gaan en twee witte vuurpijlen afschieten -dat was een teken voor het schip ‘jullie zijn gezien, we gaan wat doen’- en met de slingertelefoon het postkantoor bellen zodat van daaruit de reddingsboot kon gewaarschuwd worden en uitvaren. 

"Een vuur in weer en wind brandend houden, is op zich al een heldendaad."

Michai: Ken je nog andere heldendaden van vuurtorenwachters? 

René: Doel je op verhalen zoals dat van Grace Darling in Engeland waar een vuurtorenwachter en zijn dochter met een roeiboot mensen van de Forfarshire gingen halen? In Nederland staan de vuurtorens vaker in dorpen en speelden vuurtorenwachters meer op de achtergrond een belangrijke rol. De taak van vuurtorenwachter was ook vaak verbonden met die van de reddingsboot. Adriaan Ros bijvoorbeeld kreeg een koninklijke onderscheiding omdat hij in 1925 mensen met een roeiboot van het wrak van de vergane sleepboot Schelde heeft gehaald. 

Michai: Een vuur in weer en wind brandend houden, is op zich al een heldendaad. 

René: Ja, of een vuurtoren in zee bouwen. Je moet eens naar de Franse vuurtorens kijken. Kéréon staat midden in zee. Hij is betimmerd met Russisch eiken hout en is ook binnenin prachtig met bedstedes met ronde deuren. Een ander heldhaftig verhaal is dat van een vuurtoren op Eddystone waar de bliksem insloeg. De vuurtoren brandde helemaal af. Slechts één wachter werd gered. Hij beweerde dat hij bij de brand een gesmolten druppel lood van het dak van de vuurtoren heeft ingeslikt. Men verklaarde hem gek. Hij is 94 geworden  en na zijn dood hebben ze hem open gesneden en een hele brok lood uit zijn maag gehaald. Dat wordt nu ergens in Engeland bewaard in een museum.



Meer weten over de vuurtoren van René? Klik hier.